Een 15e of 17e eeuwse doedelzak?
Bert Lotz is gefascineerd door een bijzondere vondst uit 1996 van een oude doedelzak in Utrecht en laat deze onder de loep nemen. Hoe oud is die doedelzak nu echt?

De vondst
Een fragment van een houten speelpijpje van een doedelzak met een cilindrische boring is gevonden in 1996 aan de rand van een bouwput in Utrecht. Doedelzakspeler Bert Lotz kocht het speelpijpje op de Verzamelaarsbeurs in Utrecht en raadpleegde de bekende doedelzakbouwer Remy Dubois. Remy bevestigde dat dit inderdaad een speelpijpje is van een doedelzak en dateerde het op basis van wat hij zag, als 15e-eeuws. Deze datering sluit aan op de datering van de grondlaag waar het fragment in gevonden is.
Een gereconstrueerd doedelzakje
Dubois heeft op basis van het fragment een bouwtechnische tekening gemaakt van de speelpijp en later een gereconstrueerd doedelzakje gebouwd. De bekende doedelzakspeler Jean-Pierre van Hees heeft het gereconstrueerde doedelzakje in het kort beschreven in zijn boek Cornemuses, un infini sonore, Coop Breizh 2014).
Er zijn weinig van dit soort vondsten
Archeologische vondsten van doedelzakfragmenten in Nederland zijn tot op heden heel zeldzaam. In Nederland zijn slechts 3 vondsten van oude doedelzakken bekend: naast deze Utrechtse vondst, is er ook een speelpijp opgegraven uit een terp bij Blija (Friesland) en is er een stuk van een bourdonpijp bij het strand van Westerschouwen gevonden
Ook in omringende landen zijn dit soort archeologische vondsten uiterst zeldzaam. In Duitsland is bijvoorbeeld, zijn twee archeologische vondsten bekend: de eerste is de ontdekking van een speelpijp in een wrak bij Husum en ook een speelpijp in Rostock ( 15e eeuw). Er zijn zover Bert wist ook geen archeologische vondsten in het huidige België gedaan.
Gezien deze “schaarste” is het belangrijk om het Utrechts speelpijpje zo goed mogelijk te dateren en verder te onderzoeken. Dit doe Bert Lotz samen met Annemies Tamboer, Remy Dubois en Olle Geris.

Wat was de sociale omgeving van dit Utrechts doedelzakje?
De bouwput in Utrecht, aan de rand waarvan dit speelpijpje gevonden is, ligt in het gebied waar van de 14e eeuw tot de Reformatie (1580) geestelijken woonden. Utrechtse burgers mochten hier niet zomaar komen.
Een datering van ca 1450 op grond van keramiekresten in de betreffende bodemlaag is dus opmerkelijk en roept de vraag op hoe dit doedelzakje terecht komt in een religieuze gemeenschap.
Anderzijds, formeel archeologisch onderzoek dat voorafging aan het graven van deze bouwput heeft bijvoorbeeld laten zien dat in de 17e eeuw hier ook het huis was van de bekende schilder Abraham Bloemaert (ca.1564 – 1651). Bloemaert heeft een schilderij na gelaten met een doedelzakspeler.
De in de 17e eeuw door Bloemaert geschilderde man speelt op een klein doedelzakje. Dit afgebeelde instrument lijkt weliswaar een speelpijpje te hebben met een meer conische dan een cilindrische boring, maar zou verder heel goed vergelijkbaar kunnen zijn met de doedelzak waarvan het speelpijpje gevonden is. Als het speelpijpje 17e-eeuws gedateerd zou worden, zou een Bloemaert-context niet uitgesloten zijn en interessant om nader te onderzoeken.
Het onderzoek



Dit brengt ons wat betreft datering tot de volgende concrete onderzoeksvraag:
Is het gevonden Utrechtse speelpijpje onafhankelijk van de context van de vindplaats te dateren in de 15e eeuw of in de 17e eeuw/na de Reformatie?
Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden ging Bert naar het Centrum voor Isotopenonderzoek – CIO | ESRIG van de Rijksuniversiteit Groningen. Hier is een klein stukje hout gezaagd van het speelpijpje om in een laboratorium met een koolstofdatering te bepalen hoe oud het hout nu eigenlijk écht is waarvan het speelpijpje gemaakt. Op deze foto’s verzorgt Dr. Safoora Kamjan de tests voor de datering.
De uitslag van de koolstofdatering wordt deze zomer verwacht. Daarna volgt een publicatie met de bevindingen over dit Utrechts speelpijpje. Wordt het 15e eeuw… of toch 17e eeuw?
wordt vervolgd!
Vragen en opmerkingen over dit onderzoek: Bert.lotz@kpnmail.nl
